Memories

 
 
10 juli 2020, Memories:
 
Herinneringen (OOK) aan een gouden RAVA-Periode, door Aldo Rossit.
                                                                                                                                                                                                    Whooosh!!!!
 
Het is alweer een aantal weken terug dat ik via WhatsApp Paul Schönherr sprak. Hij attendeerde mij er op dat ik door Henk Heemskerk verzocht werdom een memorie te schrijven maken over mijn voetbal verleden.      k*t mail effe gemist. Digibeet en alzheimer light! Henk, bedankt hè tering ventje haha.
 
Ik ben nu 70 jaar en 4 januari 1950 ( alleen enveloppen!). Dus we gaan 60 jaar terug in de tijd waarin alles nog mogelijk was, het ligt nu ver achter ons. Vroegâh, goeie âhwe tèd. De tijd van het touwtje uit de deur, 3 auto’s en twee allochtonen families in de straat. Om precies te zijn de Reitzstraat 85 in de wijk transvaal. Een van die allochtonen families dat waren wij de fam. Rossit, Pa, Ma mijn broers Bruno, Pierino en ik. En één van die auto’s was ook van ons, een  grote Amerikaanse bak (“ze zijn van de maffia”). Alleen dat pestding wilde nooit starten ’s-morgens. Dus onze ochtendgymnastiek bestond uit dat vehikel op gang te krijgen.
Trauma!, ja Bert v.d. Snoek, ik heb ze ook.
Arbeidsmigranten (van alle tijden) in Bella Italia, geen werk dus ook geen boterhammen. Mijn Opa en Pa waren al voor de oorlog in ollanda aan het werk. De meesten waren terrazzowerkers en sommige ijsberijders. Pa had een eigen terrazzobedrijf, het vak ging van vader op zoon. Na de l.t.s. timmeren, ging ik op mijn 15ejaar het vak in.
 
Op zondagochtend moest ik door Pa gedicteerde rekeningen en prijsopgave’s typen, het moest foutloos  zo niet, dan trok hij het formulier uit de typemachine om opnieuw te beginnen. Als het typewerk gedaan was, pakte Pa zijn viool,gitaar of mandoline en werd er muziek gemaakt van het thuisland.
Moet je even denken aan The Gotfather films en Italiaanse folkmuziek, kippenvel, hij was volkomen autodidact qua muziek. Alles op gevoel, helaas heb ik die gave niet geërfd, dat is nou jammer Pa. Het vak werd in de praktijk geleerd, ging een beetje op de zelfde manier, je moest opletten als hij  iets voordeed aan de werkbank zo niet, dan kreeg je een tik met de  hamer op je hand, werk wat niet goed was schopte hij omver. Het woord ‘pamperen’ bestond nog  niet en de uitvoering al helemaal niet.
 
Mijmeren, oh ja, ik zou het over voetballen hebben geloof ik. Als kind van 10 jaar bestond je leventje uit het naar school gaan (Kritzingerstraat) en in je vrije tijd maakte je vlotjes om mee te varen, klom in bomen en je bezocht  de bunkers uit de oorlog (kijk uit koddebeier!!), op zoek naar kogels, het moest voor mij  wel een beetje spannend zijn allemaal. Maar de meeste tijd spendeerde je met voetballen enin  mijn geval ook nog aan het houden van sierduiven. Pa had een duiventil getimmerd op balkon. Dat voetballen deden we op straat in het zuiderpark en natuurlijk in de Beijerstraat waar je een  speeltuin had met een heel groot grasveld.
Je was er in je vrije tijd en in de vakantie hele dagen aan het voetballen. Brood van huis mee en water uit de speeltuinkraan. Je voetbalde met de RAVA en VVP jongens en met de later bekend geworden jongens zoals: Aad Kila, Lex Schoenmaker en volgens mij ook nog de gebroeders Advocaat, die allemaal in Transvaal woonden.
Toen ik 10 jaar werd ging ik op een echte voetbalvereniging RAVA. Mijn eerste periode bij RAVA was van 1960-1968 pupillen en juniorentijd. Het  was altijd weer spannend op zaterdagochtend en het eerste wat je deed was naar het sigarenboertje Drewes op de hoek van de straat, afkeuringslijsten bekijken of het wel doorging die dag. 
 
Mijn eerste pupillenleider was nog een frater (priester in opleiding??), geen foto’s en weinig herinneringen.
In de junioren tijd waren mijn elftalleiders: Hoefnagel, de Koning en natuurlijk Cees van Lieshout. Cees stopte heel wat tijd in de club als leider van ons team 2 of 3 jaar, hij deelde altijd op de eerste trainingsavond  een stencil uit met daarin het verslag van de afgelopen wedstrijd, waarin hij aangaf wat er goed ging en wat  er verbeterd kon worden (ik heb ze nog). We zijn in die jaren verschillende keren kampioen geworden.
Verder herinner ik me ook de veldslagen bij Cees in de kelder op woensdag middag. Daar speelden we tafelvoetbal, met een glaasje Exota erbij van Corrie. Het waren 5 cm grote voetbalpoppetjes met een ronde onderkant, je speelde 1 tegen 1, als je aan zet was mocht je twee keer de bal spelen en de ander mocht alleen maar verdedigen.
Het mooiste was als je met je linkerhand je zelf een voorzet kon geven en dan met je rechterhand te scoren.
 
Zondag uiteraard naar het eerste elftal kijken, de kampioenswedtrijd staat me zelfs nog bij. Ik keek natuurlijk naar mijn landgenoten Renzo Bruna en Bruno Bernadon, volgens mij had Bruno toen zijn voetbalschoenen wit geverfd. Wiek Hermans met zijn aparte loopje. Zelf was ik fan van Mario Corso “ God Left Foot” was zijn bijnaam . Hij speelde altijd met afgezakte kousen. Ik ging vanaf dat moment ook met afgezakte kousen spelen , me hele loopbaan gedaan. Terwijl ik alles al in het klad had staan, had ik wel wat vragen omtrent bepaalde dingen die ik zou willen weten. Ik wist dat ik iets met een maandblaadje had  gedaan maar,ik  wist de naam echter niet meer. Tot ik de memories van Bert van der Snoek zag en blijkt dat hij mijn eind redacteur was.
Ik werd niet door hem genoemd, je bent nog niet dood of je bent al vergeten. Haha, leuk stukkie Bert.
Sorry, ook ik heb geen uitgave van het blad ‘tussen het drietje en het vijfje’ meer.
 
Ik weet nog dat ik bij de toenmalig trainer van het oranje elftal Elek Swarts ben geweest. Thee met een koekie kregen we. Bij Jan Cottaar (sportverslaggever) tekende ik in het voetbalblaadje, aan de lay-out (uh mmm).
 
Ook ik kwam in de kerkzaaltjes Jokap enFatima,altijd live bandjes. En niet zo gek dat ‘Den Haag’ Popstad was met 1.500 bandjes van 1956-1978 in en rond de residentie. Jongens en meisjes met clearasil bedekte jeugdpuisjes, wie kent het niet? Ook zo’n rode draad in onze verhalen zijn de (vlieg)vakanties met mijn voetbal- vrienden uit mijn elftal: Ulrich Swidder, Hans Hoogerheide, Pierino en ik, naar o.a. Spanje.
 
In het laatste jaar van de junioren kreeg ik een telefoontje van Cor v.d. Hart, trainer van Holland Sport.
Hij nodigde Pierino en mij voor een proeftraining op het toenmalig Houtrust. Hij was getipt door onze buurman Henk Vaarties, die scoutingswerk deed in en rond Den Haag. We zouden op amateurbasis beginnen met in het vooruitzicht een mogelijk contract. De vooruitzichten waren natuurlijk leuk. Maar daar kwam eerst
wat tussen. Een maand voordat we aan de oefenwedstrijden zouden beginnen, reed ik met mijn zwarte tomos met een hoog stuur op de fruitweg. Ik zag daar een leuk meisje lopen met een minirok.
Door een combinatie van te veel testosteron en roekeloosheid, zag ik niet die stilstaande vrachtwagen: ‘Keteng, booooom, Bonk, Auwww, Tering, mijn “God Right Foot” en brommer in de prak, haha.
Ziekenwagen, brommer afgevoerd,2 middenvoetsbeentjes gebroken. Achteraf mazzel, geen helm, wat is dat?
 
 Dus in het  begin miste ik effe wat. Nadat het gips er was ging ik weer trainen terwijl de competitie al was begonnen. Trainen was afzien, de pijn niet te hardenen ik  liep mank. De masseur Dick Koning gaf mij de raad om naar het strand te gaan en daar op mijn blote voeten in het mulle zand te gaan hardlopen. Dit zou de doorbloeding bevorderen en mijn conditie verbeteren, dus 2 vliegen in één klap.  ‘
Twee en vijftig jaar na dato speelt die voet nog steeds af en toe op.
 
Pierino liep al lekker te ballen in de tussentijd. Nadat ik weer aan het spelen toe kwam ging ik, waar ik vooral altijd handig in was, ‘weer scoren’. Het was voor mijn broer en ik natuurlijk ook een sensatie om voor 1.500 tot 3.000 man te spelen en in de van de T.V. bekende stadions te voetballen bij Feyenoord, Sparta ect. en ook
bekende spelers van toen zoals: Guus Haak,  Eddy Treytel en Jan Boskamp te ontmoeten. Het ging lekker bij Holland Sport. Ik had mijn directe concurrentie weggespeeld, maar toch wilde ik weg! Ik weet niet meer precies waarom, maar wellicht omdat het beloofde contract er niet kwam. Ik kan ze nooit teleurgesteld hebben. Ik schoot ze er gemakkelijk in en wij werden toen volgens mij tweede achter Feyenoord dat kampioen werd. Ik heb nog wel een gesprek gehad met Cor van der Hart, hij was wel  een beetje boos dat ik vertrok.
 
Wij naar ADO toe, daar kwamen wij in ADO 3 terecht waarin veel jongens speelden die in de betaalde jeugd hadden gespeeld en weer voor een kans gingen om voor het ADO B-team (betaald) te kunnen spelen.
Was ook een leuk team. Dat jaar ook nog in ADO-B gespeeld, onder andere tegen Holland Sport.
In de competitie speelde je tegen de amateurteams van de betaalde clubs. Ik werd dat jaar topscoorder en met het team kampioen.
De voorzitter Herman Choufoer gesproken en, haha, je raadt het al, ik ging weg, terug naar het ouwe RAVA-nest.
 
 
Onder leiding van de trainers Broekman en Wiek Hermans, werd dat niet zo’n succes. Wel veel in het eerste gevoetbald, maar al snel niet meer, vanwege mijn wedstrijdvoorbereiding. Mijn ultieme voorbereiding bestond voornamelijk uit met genieten in het uitgangsleven. Vrijdagavond en zaterdagavond met de voetbalvrienden naar de Sands tot 24.00 uur. Zie ze nog allemaal voor me, de RAVA jongens. Louis van Es had de mooiste getoupeerde haartjes van iedereen, haha! Daarna tot sluitingstijd van 04.00 uur naar The Key op het Bleijenburg, daarna vette hap halen, dus van dat voetballen kwam niet veel meer.
 
Het werd het tweede elftal samen met stapmaten Robbie Leegstra en Paul Schönherr (het is zijn schuld), haha.  Met Paul, Wim Lut, Pierino en ik naar Spanje met mijn bolide, een Austin Seven 850 cc met een ‘Abbath- uitlaat’, welke ik direct had gekocht na mijn brommerongeluk. “De terugreis we gaan in één keer doen”,  hadden we bedacht. Koekoek, 40 uur over gedaan. Kokende motor en files, toen ook al dus.
 
Dat jaar belde Chiel Janssen met wie ik bij Holland Sport had gespeeld. Hij speelde nu bij Wilhelmus,
2 klasse KNVB. Ik weg bij RAVA. Was drie keer verplicht trainen in de week, goed elftal, veel oud profs. Scoren ging weer lekker daar, tot ik in een vormdipje kwam. Maar als je altijd scoort en dan effe niet, ben je gelijk het penisje, dus ik  verdween naar de bank. Daar zat ik in goed gezelschap met  Melbie Raboen, kon ook aardig ballen, kwam er niet aan te pas dat jaar. Tegen Laakkwartier zei de trainer, “ga maar warm lopen”.
20 minuten gedaan en vervolgens zij hij “ga maar weer  zitten” en zette hij een jeugdspeler in. ‘Spullen gepakt, douchen en weg’. Wij werden dat jaar tweede in die afdeling, laatste wedstrijd niet meer gegaan.
 
De trainer werd ontslagen en dat zelfde seizoen belde Aad de Mos, hij zou de nieuwe trainer worden en vroeg of ik in het nieuwe seizoen weer kwam voetballen. Ik bedankte voor de eer en vertelde hem dat ik een huisje had gekocht op de Melis Stokelaan en dat ging verbouwen.
Dat jaar niet gevoetbald, huisje klaar, getrouwd met het meisje (Wil), waar ik nu nog steeds mee getrouwd ben (hoe houdt ze het met mij uit, haha). Mijn twee kinderen zijn daar geboren. Daar kwam ik in contact met mijn bovenbuurman Karel Kuipers (weer een buurman hè). Hij vertelde dat hij leider was van Cromvliet 1.
Ik erheen om polshoogte te nemen bij Cromvliet. Het was een goed geleide buurtclub aan de Rederijkerstraat, 200 meter van mijn huis. Makkelijk voor de 3ehelft. Uiteindelijk vier leuke jaren gehad en nog een keer kampioen geworden onder leiding van Peter Esveld. Bij Cromvliet 1 speelden voornamelijk jongens uit  de eigen jeugd. Weinig aanwas van buiten, dit in tegenstelling tot ADO, Holland Sport en Wilhelmus, waar er elk jaar weer een blik met nieuwe spelers werden opengetrokken. Uiteindelijk gestopt met veldvoetbal in 1980 en daarna nog 3 jaar zaalvoetbal bij Rowi Parket en Copernicusbar.
 
Jullie  zijn toch niet in slaap  gevallen hè?, nog effe wakker blijven. Als jij me nou vraagt wat vond je zo leuk aan dat voetballen, dan is dat: ‘de emotie’,  het gevaar stichten bij de tegenstander’, ‘assist geven’ en  vooral ‘doelpunten maken’ dit alles samen in een team. Kortom een leuk spelletje dat me gebracht heeft bij heel wat clubs van hoog tot laag. Haagse jeugd, KNVB, HVB een hoop lieve mensen en een paar  klootzakken ontmoet. Ik denk dat er wel meer in had gezeten als ik nog een jaartje langer was gebleven bij Holland Sport en ADO, en dat ik gewoon de concurrentie had moeten aangaan met de nieuwe lichting spelers.  Whooosh!!!
 
Wat betekent dit? Het is een Engelse uitdrukking voor iets wat heel snel voorbij is gegaan. Het leven is inderdaad snel gegaan. Mijn vader zij nog zo: “Doe alles wat je moet doen, het leven is kort”.
Weer niet geluisterd, sorry pa.
 
Mijmeringen, mijmeringen, mijn mobiel bromt terug in 2020. “Hé Paultje, ouwe rukker, hoe is die”? “Heb jij dat stukkie nou al ingeleverd”? “Bijna klaar”, zeg ik tegen hem en “ik benoem jou  als de volgende  mooie verhalen verteller. Ga maar vast denken aan jouw memories”. We hangen op. Oh ja, nog even dit als laatste voordat de hamer valt. Ik hoop jullie nog heel wat jaren te ontmoeten bij de RAVA-reünies.
 
Groetjes van de Grumpy Old Men and loves you all.                           Whooosh!!!
 
8 augustus 2020
 
Miskend talent
 
Memories van Bert van der Snoek (72 inmiddels, bouwjaar 1948. Jongere broer van Peter en Ton)
 
Nee, niet meteen in de lach schieten bij het lezen van de kop boven dit verhaal. Aan het slot vertel ik hoe ik aan deze constatering ben gekomen. Een cliffhanger dus.
Ongeveer 18 jaar ben ik lid geweest van RAVA; vanaf mijn tiende tot mijn 28ste. Na een mislukte carrière als padvinderwelp ‘moest’ ik ook op voetbal. Keeper wilde ik zijn, net als broer Peter, wiens tas ik mocht dragen als ik op zondagochtenden met hem meeliep naar het Zuiderpark. Hij speelde toen in het tweede.Eén half wedstrijdje op het halve veld mocht ik keepen van de leider van het pupillen elftalletje, mijn oom Bertus de Koning. Waarom weet ik niet; ik kreeg geen doelpunt tegen, maar er liep een jongen bij die in het doel moest omdat hij iets te dik was om te voetballen. Later groeide die jongen uit tot een zeer goede en gewaardeerde keeper: Barend Attenhoven, later Barend Brugman. Hij zal mij nog dankbaar (moeten) zijn dat ik (gedwongen) plaats voor hem maakte (haha).
 
De eerste vijf jaar verliep mijn voetballeventje zoals zo velen van ons. Van pupil, via c- naar b-junior. Nooit speelde ik in het hoogste elftal van de categorie; altijd in het tweede. Namen die in mij opkomen zijn leider en trainer Herman Kok, heel fanatiek leidend en grensrechterend en vaak vergezeld door zijn knappe vriendin/vrouw. Jammer dat ik haar naam niet meer weet. Wel die van Chrisje Achterberg, Kareltje Moor en doelpuntenmachine Hans Koreman. Ach, het zijn er natuurlijk veel meer geweest, maar ik kan natuurlijk niet iedereen noemen.
 
Op mijn vijftiende, speelde ik in het zesde juniorenelftal, B2, links- of rechtsback. Gespeend van techniek maakte ik mij nuttig door de buitenspelers (van de tegenpartij!) het spelen moeilijk of onmogelijk te maken. Omdat de sliding mijn specialiteit was, lag ik meer in het gras dan ik erop liep. Zegt men.Of hij hoofdleider van de junioren was weet ik niet, maar Cees van Lieshout deed heel veel voor de jongste RAVA-leden. Hij richtte onder andere de zogenaamde Juniorenkern op. Wij - uiteraard (!) werd ik hiervoor gevraagd -  organiseerden onder leiding van Cees allerlei activiteiten. Namen die mij hierbij te binnen schieten zijn Hans Vonk en Hans Hierck. Met Hans Hierck vormde ik de redactie van het blaadje dat we, natuurlijk weer onder leiding van Cees, maakte: “Tussen het drietje en het vijfje” (die titel sloeg op de bal waarmee pupillen en junioren speelden). Hans en ik schreven ‘diepgaande’ interviews met prominente sportmensen, waaronder Coen Moulijn. We durfden nauwelijks aan te bellen bij zijn appartement boven zijn kledingwinkel in Rotterdam Zuid. Maar we deden het toch maar! Doodzonde dat ik die blaadjes niet meer heb; oproepen van mij en Hans Hierck hebben helaas geen resultaat opgeleverd.
 
Overigens is deze redactie-ervaring mede oorzaak geweest van mijn latere beroepscarrière: na bouwkundig tekenaar en beton- en staalconstructeur te zijn geweest, stapte ik op mijn 28steover naar journalistiek en redactioneel werk bij de ANWB. Met als hoogtepunt het eindredacteurschap van de Kampioen, het ledenblad van de ANWB met een oplage van 4 miljoen!  
 
Terug naar RAVA. Rond mijn 16, 17deontstond een vriendenploegje, dat heel lang vrijwel in tact is gebleven; zelfs tot nu toe. Paul Binnerts, Paul Schönherr, Henk Heemskerk, Fred Commissaris, Marcel Sandifort, Ruud Schrijver, wie kent ze niet? Voorloper hiervan was een clubje dat op zaterdagavonden bij Han van Zee in de Paul Krugerlaan op bezoek ging. Bennie Buijs en Ton van Grol waren toen nog van de partij, later niet meer.
Met de anderen heb ik enkele mooie vakanties doorgemaakt: eerst op onze bromfietsen (de meeste jongens met een Puch) naar Duitsland. Het einddoel haalden we niet, omdat Paul Binnerts zich verkeek op de snelheid in een lange afdaling waardoor zijn Tomos in de kreukels op de trein naar Den Haag moest en hij, licht gewond, bij zijn latere zwager Fred achterop moest.Het jaar daarop vlogen we met z’n achten naar de Spaanse kust. Heel uniek, we waren pas 18 of 19 jaar jong en bijna niemand had dit eerder gedaan, vliegen naar een ‘ver’ land.
 
Inmiddels waren we A-junioren geworden. Het eerste jaar speelde ik in A3 met enkele jongens die later hoog zouden gaan spelen. Ik waag mij er niet aan om hier namen bij te noemen omdat ik mij van deze periode niet veel herinner. Wel dat we onder leiderschap van Han van Zee ongeslagen kampioen werden. Daarna werd het voor mij minder leuk. De meeste jongens waarmee ik speelde stroomden door naar A1 en ik ‘moest’ naar A2. Leider van A1 was hoofdjuniorenleider Bertus de Koning, mijn oom dus, die het niet zo in mij zag zitten, helaas. Hij zal er zijn redenen voor hebben gehad.A2 was geen leuk elftal; niemand ging er later over naar de senioren, dat zegt genoeg denk ik. Aan de leider lag het niet; dat was Frans Hoefnagel senior, de vader van Fransje, die linksback in A1 werd. De overgang naar de senioren was voor mij ook niet erg strelend: ik werd ingedeeld bij het tiende. Leuke jongens en mannen hoor (onder anderen Cees Ledderhof, John Elbers, Jan van der Horst, Hans Kuipers, Peter Grootscholten, Harrie Borst, Dries Weber, Joop Bleeker), maar het niveau was natuurlijk niet erg hoog. Na een paar jaar vond ik dat niet leuk meer en nam ik dankbaar de uitnodiging aan van enkele jongens die in het vijfde speelden om bij hen te komen spelen. Bekende namen van dit elftal zijn Theo Das, Jerome Schellings, Louis van Es, Cees de Vreugd, Michel Jordaan, Fred Hierck, Peter de Geer en Theo Hazebroek niet te vergeten. Inmiddels was ik ‘al’ een jaar of 24, 25 en de jongens waarmee ik speelde waren een paar jaar jonger. Mede hierdoor werd ik op een gegeven moment gepromoveerd tot aanvoerder, wat bijdroeg aan de naam van het vijfde elftal die Jerome voor ons verzon: oom Bert met zijn neefjes.Tijdens een wedstrijd bij Oliveo in Pijnacker werd mijn fanatisme mij fataal: ik raakte zodanig geblesseerd aan mijn rechter knie, dat ik ook na een operatie niet meer kon voetballen. In die periode liep het ook verkeerd met mijn huwelijk en braken er voor mij roerige tijden aan waar ik hier niet over ga reppen. Maar ik bleef RAVA nog wel trouw en ging in op het verzoek van Dries Weber om toe te treden tot het bestuur. Dat was het echter niet voor mij; ik ben een doener en geen bestuurder, dus na één jaar gaf ik er de brui aan. Wel leek het mij goed als er meer aandacht kwam voor de lagere elftallen en daarom ben ik begonnen met de rubriek “Na Vijven” in het RAVA-nieuws, waarin het wel en wee vanaf het vijfde elftal werd beschreven. Ook dat heb ik ruim een jaar gedaan. Het was echter wel het begin van het  einde van mijn lidmaatschap bij RAVA. De al eerder genoemde roerige tijden waren er de oorzaak van dat ik mij uit liet schrijven als lid. Einde verhaal derhalve.
 
Maar toch nog even naar de kop boven deze memorie: “Miskend talent”. Was ik echt zo slecht als de elftalcommissie onder leiding van Theo de Grood vond? Of speelde er meer? Ik troost mij met een gebeurtenis toen we met A2 speelden op het veld van RVC. Na de wedstrijd vertelde leider Frans Hoefnagel dat hij enkele toeschouwers hoorde zeggen dat die linksback van RAVA een hele grote kon worden…..
 
Tot slot: excuses voor de hiaten in de deze memories en aan de mensen die ik niet genoemd heb en misschien wel genoemd hadden moeten worden. Als dat zo is, of als je vindt dat het verhaal hier en daar niet klopt, schroom dan niet te reageren; ik denk dat Theo Hazebroek dat ook erg op prijs stelt!
 
Bert van der Snoek (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)     
 
10 juli 2020, Memories:
 
Herinneringen aan een gouden RAVA-Periode, van Henk Heemskerk.
 
Helaas heb ik geen elftalfoto’s uit mijn pupillen- en juniorentijd. Raar eigenlijk, omdat ik vanaf mijn 10ejaar (toen mocht je op die leeftijd pas voetballen op een club) het hele weekend op RAVA was. Op zaterdag zelf voetballen en op zondag kijken naar het 1eelftal en naar het team van “Ouwe”  Jan v.d. Horst, de man die ervoor gezorgd had dat Aad en ik bij RAVA gingen spelen en niet zoals al mijn schoolvriendjes bij GDS.
Uitsluitend katholieke clubs waren in die tijd je tegenstander zoals VVP, RKAVV, Westlandia, Blauw Zwart, Graaf Willem II Vac, RKSVM, DHBRK.
 
Iedere zomer ging je met je club een week op NKS (Nederlandse Katholieke Sportfederatie)-kamp en speelde je tegen andere katholieke clubs uit het hele land. Daar had ik zowaar nog een foto van, met de leiders
Bart Faay, John Elbers en ik meen Sergio Bruna (?). Als kok ging altijd RAVA-man in hart en nieren Ig van Bezooijen mee. Geweldige weken waren dat ieder jaar.
 
Er was nog geen clubgebouw, oude kleedkamers (met meestal alleen koud water uit de douche), geen verlichting op de velden. Trainen op het veld ging regelmatig niet, vooral als het geregend had. Dus werd  het  1 of 2 rondjes rond het Zuiderpark hardlopen, of uitwijken naar een enigszins verlichte parkeerplaats bij de Boogaard of de Houtrusthallen. Niet echt aantrekkelijk, maar je deed het toch.
 
RAVA was een echte club van vrienden. Vrienden waar je bij thuis kwam, samen feestjes gaf, mee naar de bioscoop ging, en later op zaterdag- en zondagavond biertjes ging drinken en dansen in ’t Honk, de Flamingo’s, the Sands en uiteindelijk op Scheveningen in allerlei disco’s.
Naast het voetballen ging je ook met elkaar op vakantie. Eerst nog op je Puch naar Duitsland, dan voor het eerst van je leven met het vliegtuig naar Spanje, en uiteindelijk de hele wereld over.
Het mooie van RAVA was dat, hoewel voetbal het belangrijkste was, er steeds weer nieuwe vriendengroepen ontstonden. Dat paste precies bij de sfeer in de club.
Berucht werden de Hemelvaartsweekenden in Juan les Pins en de vele wintersportreizen. Een paar foto’s geven daar een mooi beeld van en de groep die voor de 2elustrumreis op pad ging, kwam zelfs in de Haagse Courant als elftal van de week.
 
Terug naar het voetbal. Met het A-1 jeugdteam (met ome Bertus de Koning als leider) hadden we een geweldige groep spelers, waarmee we menig “grote” club de baas waren in de regio Den Haag, maar bv ook op het internationale RVC-toernooi  waar betaalde clubs aan deelnamen. Fantastisch was dat.
Daarna met RAVA 1, waarin ik tot mijn 36steheb gespeeld, ook een mooie tijd met kampioenschappen en helaas ook degradaties. Hoger dan de 3eklasse KNVB zijn we nooit gekomen, wat op zich heel jammer was omdat we daar wel de capaciteiten voor hadden. Bij een van de kampioenschappen ging het haar van trainer Rob Bens en verzorger Han Kingma er helemaal af, zoals ze beloofd hadden als we kampioen zouden worden.
Een paar foto’s uit de diverse jaren heb ik gevonden.
Uiteindelijk werd het afbouwen in RAVA 3, waarin de meeste vrienden al eerder waren gaan spelen, met Aad ten Berge als leider.Daarna het oprichten van de zaterdagtak, waarin we weer het 1eelftal werden (met good-old
 
Kees Zandvliet en Jan v.d. Horst als leiders), en we  er dus weer serieus tegen aan gingen.
Tegelijkertijd gingen sommige spelers  zaalvoetballen, dat toen erg populair werd. Hoe belangrijk RAVA voor mij was, blijkt wel uit het feit dat ik dit tot mijn 56steheb gedaan.
Het blijft zonde (hoewel noodzakelijk toen) dat de club het Zuiderpark moest verlaten, daarna steeds minder nieuwe (jonge) spelers kreeg, en uiteindelijk door meerdere fusies moest zien te overleven in Houtwijk.
 
RAVA was de rode draad in mijn leven (en bij vele vrienden). Mooi dat Theo Hazebroek het initiatief heeft genomen om in de vorm van reunies elkaar weer te zien. Dan komen alle mooie verhalen, herinneringen van vroeger weer te voorschijn, en kan je niet anders zeggen dat het een geweldige tijd was.
RAVA, de club die ik nooit zal vergeten!!!!
 
Hierbij nodig ik Aldo Rossit uit om ook zijn memories m.b.t. RAVA  (en misschien Holland Sport) te delen.
 

30 maart 2020, Memories:

 

Herinneringen aan een gouden RAVA-Periode.

Met enige foto’s en bijbehorende tekst hierbij mijn bijdrage aan deze rubriek:

 

foto 1: Achter v.l.n.r. Han Nelissen, A. Eijsackers, Jan Hoefnagel, Renzo Bruna, Pieter v.d. Meer,

Johan Jansen, Wiek Hermans, Jan ten Hagen, Joop Willems (trainer).  Voor v.l.n.r. Albert Postma,

Wim Overvliet, Peter Dekker, Bruna Bernadon en Nico de Gier.

 

foto 2: Achter v.l.n.r. Pieter v.d. Meer, Theo de Zwart, Harry Borst, Henk van Dijk, Ton de Zwart,

Loek van Dijk, Peter Grootscholten, Jan van Hoorn.  Voor v.l.n.r. Martin Jungslager, Hans Kuipers, Henk Broekhuizen, Kees Ledderhof, Ton Kaats, Kees Zandvliet.  Dit is het 10 de elftal 5eklasse A 1979/80.

Onze laatste wedstrijd werden we door Ton Kaats getrakteerd op een glaasje champagne, maar er waren geen glazen beschikbaar dus werd dat op deze wijze genuttigd (zie foto 3).

 

foto 4: Achter v.l.n.r. Peter Jansen, Peter v.d. Snoek, Huub Vervloed, Cock van Vliet, Ton Kaats, Pa v.d. Meer (achter de bloemen), Aad Jansen, Anton van Bommel (trainer), Theo de Groot .  Voor v.l.n.r. Roy Lekahena,

Pieter v.d. Meer, Peter Wolters, René van Grol, Piet Baartmans, Roy Palm, Aad Van Noord, Ron Duijkers,

Theo de Zwart (leider).  Deze foto was bij Alphen waar we kampioen werden, we wonnen uit met 1 – 4, met doelpunten van P. Baartmans, 2x Aad Jansen en 1x René van Grol 1. Als aanvoerder kreeg ik een vaantje van Alphen (zie foto 5), die heb ik nog steeds en wij kregen bloemen door Ig van Bezooijen geregeld, rekening bestuur, waar ze niet blij mee waren had ik begrepen. Zie ook foto 6.

 

foto 7: Dit is een jeugdelftal van 1956 met als trainer Frans van de Nolck van Goch, die 13 jaar bij RAVA was, verder de Steur, Han Jutte, Theo Klein, Jan Hazebroek, Cees Beck, Aad Peetoom, Herman Kok,

Harry van Grol, Martin Jungschläger, Peter v.d. Snoek, Pieter v.d. Meer en Gerard Heck.

 

Anekdotes

# Wij speelden bij ADO en we kregen een vrije trap mee op ongeveer 30m van het doel van ADO. De heren van ADO waren aan het protesteren tegen deze beslissing, op dat moment zei ik: Ton, Ton en Ton zei: Pieter, Pieter, dus gaf ik het beroemde tikkie en weg was Ton en scoorde een mooi doelpunt.

 

# Ik heb bij een andere wedstrijd bij een vrije schop 40m van het doel van de tegenpartij tegen mijn neef Kees Ledderhof ook op dat moment tegen Kees gezegd een tikkie om de bal dan mee te nemen, maar dat woord kende Kees niet, stond niet in zijn voetbal vocabulaire, dus peerde die bal naar voren.

 

# Een promotie wedstrijd was tegen Lens met Joop Willems als leider, onze vroegere trainer in 1960/61.

Wij wonnen met 1 – 0, doelpunt van René van Grol. 

 

# Het eerste elftal was kampioen in seizoen 1960/61, promotie wedstrijden. 6 gespeeld, 9pnt ongeslagen.

 

# RAVA 2 was kampioen 1973/74 samen met het RAVA 1. Wij hadden een feestavond samen met het eerste op 31 maart, mijn schoonmoeder was jarig, dus ik moest alleen naar dit feest. Ik drink nooit pils maar ene Jan Hazebroek had wel een drankje sinas met een tik. Ik had het gevoel dat op het eind van de avond de tik meer was dan de sinas. Ik had het best naar mijn zin. Ik kon alleen niet meer met de fiets naar huis, maar Renzo Bruna was komen kijken die was zo goed om mij thuis te brengen.

 

Ik nodig Henk Heemskerk uit een aantal van jouw fijne herinneringen voor deze rubriek te schrijven en op jouw beurt weer een andere OUD-Ravaan hiervoor uit te nodigen o.v.v. zijn naam in jouw ingezonden stuk.

 

De groeten van Pieter van der Meer.
 
25 maart 2020, Memories.

 

Onderstaand enige herinneringen van mij aan een gouden RAVA-Periode:

- De fancy-fairs in de RAVA-kantine: groots opgezet o.l.v. Cees van Lieshout, waarbij ik met prijsschieten zeer succesvol was;

- De RAVA zomerkampen in de Brabantse bossen. Bij één van de zomerkampen was ik assistent van de kok ‘Ig van Bezooijen’. Ik haalde (achterafgezien geheel misplaatst) een geintje uit door een waterflesje met azijn te vullen en deze aan te bieden bij de eerste ‘dorstige’ liefhebber. Alsnog mijn excuus beste Frits (Luscuere);

- De ‘Open huis’ momenten in mijn juniorentijd ten huize van Corrie en Cees van Lieshout aan de Wolweversgaarde, waarbij ik altijd kotsmisselijk werd bij het zien van de vertoonde filmpjes;

- Het uitgaan/dansen op de zaterdagavond met mijn teamgenoten naar de jeugdsociëteit de Jokap aan de Dierenselaan, waarvoor wij ’s-ochtends ons haar in model lieten brengen door Peter van der Geer in zijn kapsalon in de Scheepersstraat;

- Het slaan van de klokken voor het ‘Middag Lof’ van de kerk aan de Kempstraat, dit aan het eind van een door RAVA 1 gespeelde thuiswedstrijd op de zondagmiddag;

- De legendarische gezamenlijke ‘team-verjaardagsfeesten’ in de maand januari ter gelegenheid van de verjaardagen van Ton de Pater, Tour Rutgrink en Theo Hazebroek;

- Het altijd lekkere maar wel zoute patatje bij de snackshop Bouman aan de ingang van het 2e gedeelte.

- En natuurlijk een fantastische voetbaltijd met o.a. het kampioenschap van Junioren RAVA 4 o.l.v. Ton van der Snoek in 1968/1969 (zie fotomapje Theo Hazebroek op de website).

 

Ik nodig Ton van der Snoek en Pieter van der Meer uit een aantal van jullie fijne herinneringen voor deze rubriek te schrijven en op jullie beurt weer twee andere OUD-Ravanen hiervoor uit te nodigen o.v.v. hun namen in jullie ingezonden stuk.

 

Sportgroeten,

Theo Hazebroek